
Als mensen op Groen! stemmen, op welke aanpak van discriminatie stemmen ze dan? Die van de ontkenning of die van de structurele bestrijding?
Daar is de luie hangmatallochtoon weer
Dit opiniestuk verscheen in De Standaard
Lees hier het antwoord van Groen!
In België is het gemakkelijk om het licht van de zon te ontkennen. Luckas Vander Taelen doet het op de opiniepagina's van De Standaard. Volgens Vander Taelen moeten politici en het middenveld ermee ophouden discriminatie boven te halen als excuus om de werkloosheid van allochtone jongeren te verklaren. Bovendien zouden de werkloosheidsuitkeringen allochtone jongeren geen dienst bewijzen. Zij moeten zich aanpassen aan de moderne tijd en hun lot in eigen handen nemen, betoogt Vander Taelen in een vlammend pleidooi tegen de Franstalige vleugel van de socialistische vakbond. (DS 25 oktober)
Nog een geluk dat bij het opiniestuk vermeld wordt dat Vander Taelen Vlaams parlementslid is voor Groen! Op basis van die retoriek zouden we hem eerder bij de rechtervleugel situeren. Niet alleen ontkent hij zo goed als alle vormen van racisme, hij houdt ook een pleidooi om de werkloosheidsuitkeringen te beperken in de tijd. ‘Het is voor politici blijkbaar moeilijk om zich een jaar voor de gemeenteraadsverkiezingen te laten opmerken met nieuwe denkbeelden', schrijft Vander Taelen en daar kunnen we ons enkel bij aansluiten.
Het discours dat Vander Taelen al een hele tijd houdt, is inderdaad niet nieuw. Het is het discours dat sinds de jaren negentig van de vorige eeuw dominant is in België als het over werkloosheid van ‘allochtone jongeren' of over racisme gaat. In dat discours wordt het bestaan van racisme steevast in twijfel getrokken en wordt de schuld in de schoenen van de slachtoffers geschoven: het ligt aan ‘hun mentaliteit'.
Voorts verwijst Vander Taelen naar het onderwijs. Dat er een probleem is met het onderwijs, is duidelijk, maar dat racisme geen rol speelt in de manifeste ongelijkheid in Brussel en bij uitbreiding in heel België, is een flagrante ontkenning van de realiteit. Dat is niet het enige probleem met zijn opiniestuk. Laten we eerst enkele feiten op een rij zetten.
Adecco als Belgische pars pro toto
Vander Taelen laat uitschijnen dat de actie tegen Adecco het werk was van de FGTB, maar in werkelijkheid betrof het een gezamenlijke actie van het ABVV, de FGTB en Kif Kif. De veroordeling van Adecco is belangrijk, maar ook symbolisch voor de aanpak van racisme in dit land. Tien jaar (!) heeft het geduurd om in een overduidelijke zaak van racisme, met harde bewijzen op papier en met honderden betrokken bedrijven, tot een veroordeling te komen. Als racisme dan toch geen probleem zou zijn in dit land, waarom is er dan nog steeds geen duidelijk juridisch kader voor praktijktests? Als racisme toch geen rol zou spelen, waarom zijn hooggeschoolde allochtonen (die het Nederlands zeer goed beheersen) dan vaker tot de werkloosheid veroordeeld dan hun lagergeschoolde autochtonecollega's?
Vander Taelen schijnt ook niet voldoende geïnformeerd te zijn over de actie. Anders had hij gemerkt dat zowel het ABVV, de FGTB als Kif Kif erkent dat ook onderwijsproblemen ten grondslag liggen aan de problematische situatie van jongeren – allochtone jongeren in het bijzonder – op de arbeidsmarkt. Zo worden ook de massale vernietiging van banen in onze hoofdstad, de buitensporige eisen van de werkgevers en de Brusselse bevolkingsexplosie aangevoerd om de situatie te verklaren.
Maar het is niet omdat we deze oorzaken zien, dat we het racisme ontkennen. Het is een kwestie van en-en. Dat is net het schaamteloze aan het pleidooi van Vander Taelen. De zaak-Adecco is geen uitzondering, dat weten we al langer. België scoort al jaren slecht voor racisme, zowel in Europees als in nationaal onderzoek. Racisme is volgens de Raad van Europa bovendien nog in opmars in dit land. Jaar na jaar wordt België op de vingers getikt omdat het te weinig inzet op de strijd tegen racisme (DS 3 mei).
Ieder zijn mantra
Vander Taelen ontkent dat allemaal en doet zelfs alsof de strijd tegen racisme hier helemaal bovenaan op de politieke agenda staat, zelfs al een uitgestreden feit zou zijn. Bovendien herhaalt hij de mantra van de luie hangmatallochtoon, zoals de rechterflank dat al jaren doet. In die zin is het discours van Vander Taelen niet nieuw. Wat wel nieuw is, is dat het nu al een tijdje uit de mond rolt van een parlementslid van Groen!. Terwijl die partij de jongste jaren als een van de uitzonderingen racisme wel op de kaart heeft trachten te plaatsen.
De vraag rijst dan ook of Vander Taelen de nieuwe partijlijn verkondigt. We weten dat de lijsttrekker in Antwerpen, Meyrem Almaci, het bestaan van racisme wel degelijk onderkent. Het zou ons ook sterk verbazen mocht Wouter Van Besien de lijn-Vander Taelen onderschrijven. Het zou de hele partijtop van Groen! sieren als hij hier duidelijkheid in zou scheppen.
Is Groen! echt van oordeel dat de werkloosheid van ‘allochtone' jongeren een gevolg is van ‘hun mentaliteit die niet aangepast is aan het Brussel van 2011'? Houdt Groen! echt een pleidooi om de werkloosheidsuitkeringen in ons land te beperken in de tijd?
Als mensen op Groen! stemmen, op welke aanpak van discriminatie stemmen ze dan? Die van de ontkenning of die van de structurele bestrijding?